EU bereikt akkoord over nieuw ViDa-voorstel voor modernisering btw-stelsel

Thomas Hermie
Fiscaal advocaat

Twee jaar na de aankondiging van het „VAT in the Digital Age“ (ViDA)-pakket hebben de lidstaten van de Europese Unie op 5 november 2024 tijdens de Raad voor Economische en Financiële Zaken (ECOFIN) een nieuw compromisvoorstel goedgekeurd. Via dit voorstel wil men het btw-systeem van de Europese Unie toekomstbestendig maken. Naast (wederom) uitgestelde implementatietermijnen kwam men tot een akkoord over de hierna besproken hoofdpunten.

1. Afschaffing voorafgaande goedkeuring door EU voor nationale e-facturatie

Lidstaten mogen voortaan het uitreiken van elektronische facturen verplichten voor binnenlandse transacties, zonder hiervoor toestemming te hoeven krijgen van de Europese Raad en Commissie. Dit mag alleen gelden voor puur binnenlandse transacties (geen grensoverschrijdende handelingen) en in deze lidstaat gevestigde ondernemingen. Vanaf 2025 mogen lidstaten ook bepalen dat een afnemer verplicht is elektronische facturen te accepteren. Pas vanaf 2035 moet er op lokaal niveau geharmoniseerd worden.

Dit is goed nieuws voor België, dat recent wetgeving heeft aangenomen om vanaf 2026 e-facturatie te verplichten voor binnenlandse B2B-handelingen. België mag dus doorgaan met dit initiatief, ter afwachting van de finaal gepubliceerde Europese ViDA-wetgeving. 

2. Elektronische facturatie en digitale rapportering van intracommunautaire transacties

Gradueel wil men tegen 2035 een volledige harmonisatie bekomen. Dit omvat ook de vervanging van het huidige systeem van indienen van opgaven van intracommunautaire handelingen in de lidstaten, dat volgens Europa fraudegevoelig is. Daarom wil men voor grensoverschrijdende intracommunautaire B2B en B2G handelingen vanaf 1 juli 2030 (de implementatiedatum werd dus uitgesteld) verplichten dat i) elektronische facturen worden uitgereikt volgens één gestructureerd formaat (EU-norm EN 16931), en ii) men digitaal rapporteert via een nieuw rapporteringsysteem (dat meer gegevens zal opvragen dan het huidige, b.v. bankgegevens). Vanaf 2030 moeten dus de volgende handelingen transactie per transactie via het nieuwe digitale rapporteringsysteem worden gerapporteerd, in de plaats van periodiek te worden aangegeven in de huidige intracommunautaire opgaven:

  • Intracommunautaire leveringen en verwervingen van goederen, met uitzondering van de overbrengingen van eigen goederen. De lidstaten kunnen bovendien opteren om intracommunautaire verwervingen/aankopen hiervan uit te sluiten.

  • Leveringen en aankopen van goederen en diensten waarbij de afnemer gehouden is de btw te voldoen via een verlegging van heffing. Ook hier kunnen lidstaten eveneens opteren om de aankopen hiervan uit te sluiten.


Bovendien bevat het nieuwe ViDA-voorstel volgende punten, die meestal een versoepeling zijn t.o.v. het oorspronkelijke voorstel uit 2022:

  • E-facturen voor grensoverschrijdende handelingen moeten worden uitgereikt binnen 10 dagen na het belastbare feit, in de plaats van de eerder voorgestelde 2 dagen. Let wel, ook deze termijn is korter dan de huidige uitreikingstermijn van de 15de van de volgende maand.
  • In geval van selfbilling en aankopen met grensoverschrijdend toegepaste verlegging van heffing (dus de ontvanger is de schuldenaar van de btw) is de rapporteringstermijn 5 dagen vanaf de (wettelijke verplichte) uitreikingsdatum.
  • Maandelijkse verzamelfacturen mogen (onder voorwaarden) nog steeds gebruikt worden.
  • ‘Hybride’ facturen, die zowel een gestructureerde als ongestructureerde formaat bevat, zijn nog toegelaten, mits ze alle noodzakelijke informatie gestructureerd bevatten.
  • Bijkomende aanvullende factuurvereisten en vermeldingen worden geïntroduceerd en lidstaten mogen ook zelf bepaalde aanvullende gegevens vragen.
  • Lidstaten mogen het bezit van een geldige elektronische factuur als materiële voorwaarde voor het recht op aftrek van btw opleggen.
  • Lidstaten die al een bestaand “e-invoicing” systeem hebben ingevoerd krijgen langer de tijd (tot 1 januari 2035) om dit aan de EU-normen aan te passen. Deze termijn kan nog bijkomend worden verlengd indien de Commissie dit later nodig acht.


Ook na 1 juli 2030 verkrijgen we dus nog zeker geen harmonisatie op EU niveau en zullen we te maken hebben met afwijkende factuur- en rapporteringsverplichtingen in de verschillende lidstaten.

3. Wijzigingen platformeconomie voor kortetermijnverhuur en (weg)passagiersvervoer

Om de huidige realiteit van niet-afdracht van btw bij kortetermijnverhuur van accommodatie en personenvervoersdiensten over de weg aangeboden via online platformen, en de oneerlijke concurrentie met traditionele accommodaties en vervoersdiensten tegen te gaan, maar ook om de kleine onderliggende aanbieders te helpen, voert men de fictie van de “deemed supplier” (“veronderstelde leverancier”) in.

Vanaf 2030 (lidstaten mogen dit al vrijwillig toepassen vanaf juli 2028) zullen faciliterende platformen als veronderstelde leverancier ertoe gehouden zijn btw in te houden en aan de schatkist te betalen, tenzij de onderliggende dienstverlener zelf een eigen btw-nummer heeft verstrekt aan het platform.

De lidstaten behouden wel een zekere flexibiliteit. Zo mogen zij voor kortetermijnverhuur, naast de ononderbroken verhuur van accommodatie aan dezelfde persoon voor maximaal 30 nachten, bijkomende criteria opleggen, of diensten die onder de zogenaamde kleineondernemersregeling vallen van de platformfictie uitsluiten.

Het compromisvoorstel bevat geen verdere uitbreiding van de “deemed supplier” platformfictie naar alle (B2C) leveringen door digitale platformen binnen de EU. Buiten de kortetermijnverhuur van accommodatie en personenvervoersdiensten geldt deze fictie enkel voor platformen die faciliteren bij de verkoop van ingevoerde goederen met een waarde tot 150 EUR en goederen verkocht door een niet in de EU gevestigde leverancier vanuit een EU-magazijn (dit is de reeds bestaande fictie). Wel zullen platformen die goederen voor derde verkopers bewaren (bv. in hun magazijnen) deze voortaan altijd moeten informeren over de overbrenging van deze goederen naar een ander land.

4. Eén enkele btw-registraties door uitbreiding van het éénloketsysteem (OSS-systeem)

De invoeringsdatum van de enkele btw-registratie werd met een jaar uitgesteld tot 1 juli 2028.

Momenteel bestaat er al een one-stop-shop (OSS)-systeem dat het mogelijk maakt de btw te rapporteren en af te dragen bij grensoverschrijdende B2C verkopen van goederen en diensten. Lokale B2C verkopen (bv. uit een lokaal magazijn) vallen vooralsnog uit de boot. Via het OSS-systeem zal men vanaf 2028 grensoverschrijdende overbrengingen kunnen rapporteren (wat de huidige call-off stock regeling overbodig maakt), maar ook alle binnenlandse B2C verkopen van goederen door niet-gevestigde leveranciers (ook de levering met installatie, goederenleveringen aan boord van schepen, vliegtuigen of treinen en van energie zoals gas, verwarming en elektriciteit – van belang voor het opladen van elektrische voertuigen). Verkopen onder margeregeling haalden de tekst van het compromisvoorstel niet. Evenmin kan het OSS-systeem worden gebruikt voor de overbrenging van goederen waarvoor geen volledig recht op aftrek van voorbelasting bestaat.

Het ViDA-voorstel wil ook de verlegging van heffing verplicht maken ingeval de leverancier niet is gevestigd en niet voor btw-doeleinden is geregistreerd in de lidstaat waar de btw verschuldigd is, maar de afnemer wel.

Het ViDA-pakket zal er bijgevolg niet voor zorgen dat alle lokale btw-registraties wegvallen (bv. in geval van intracommunautaire leveringen tussen derden). Een groot nadeel is bovendien dat het OSS-systeem niet voorziet in terugvordering van voorbelasting in landen waar de lokale btw-registratie niet meer nodig is. Indien men dus in deze lidstaat geen lokaal btw-nummer meer heeft zal men de lokale voorbelasting moeten terugvragen via het ‘VAT Refund’ portaal in de lidstaat van vestiging en zal de teruggave aanmerkelijk langer duren.

Nu gaat de tekst van het compromisvoorstel opnieuw naar het Europees Parlement. De tekst moet dan formeel worden aangenomen door de Raad voordat hij wordt gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU en in werking treedt. Het is de verwachting dat dit gaat gebeuren, maar het kan nooit helemaal worden uitgesloten dat het voorstel alsnog de vereiste unanimiteit voor de formele aanname niet verkrijgt. Dit zal in ieder geval nog enkele maanden duren, gezien de omvang van het pakket.

Contact

Heeft u vragen?

Heeft u vragen over btw in België of intracommunautaire transacties binnen de EU? Neem gerust contact op met onze fiscaal advocaat Thomas Hermie. Per e-mail naar t.hermie@euregio.law of telefonisch op +32 11 29 47 00.