Vaste inrichting in België

Wanneer Nederlandse ondernemingen grensoverschrijdende activiteiten ontplooien in België, moeten ze zich altijd bewust zijn van het risico op een vaste inrichting (permanent establishment). De term „vaste inrichting“ verwijst naar de deelname van een bedrijf aan de economie van een ander land op een voldoende permanente basis waardoor het land waar de vaste inrichting is gevestigd, belasting mag heffen op de winsten van deze vaste inrichting. De term „vaste inrichting“ is ook belangrijk om te bepalen welk land bevoegd is om belasting te heffen op de salarissen van werknemers die grensoverschrijdend werken (zie ook inkomstenbelasting in België).

De term „vaste inrichting“ (permanent establishment) wordt gedefinieerd in artikel 5 van het OESO-modelverdrag inzake belastingen. België en Nederland hebben deze bepaling overgenomen in hun dubbelbelastingverdrag. De belangrijkste soorten vaste inrichtingen worden hieronder beschreven.

A. Materiële vaste inrichting

Er is sprake van een materiële of fysieke vaste inrichting als uw onderneming een fysieke vestiging heeft in België (als eigenaar, huurder of anderszins). Deze vaste inrichting kan verschillende vormen aannemen, zoals een hoofdkantoor, bijkantoor, vestiging, fabriek, werkplaats, etc.

B. Personele vaste inrichting

Een vaste inrichting in België kan ook ontstaan als een onderneming een vaste vertegenwoordiger heeft aangesteld voor België. Voor het bestaan van een personele vaste inrichting moet aan drie voorwaarden voldaan zijn. Ten eerste moet het een persoon zijn die niet wordt beschouwd als een onafhankelijke vertegenwoordiger, ten tweede moet deze persoon bevoegd zijn om contracten af te sluiten namens de Nederlandse onderneming en ten derde moet de vertegenwoordiger deze bevoegdheid regelmatig uitoefenen.

C. Bouw- of constructiewerkzaamheden

Ten slotte wordt de plaats waar bouw- of montagewerkzaamheden worden uitgevoerd ook beschouwd als een vaste inrichting als de duur van de werkzaamheden meer dan 12 maanden bedraagt. Bouwwerkzaamheden is een ruim begrip en omvat alle werkzaamheden van technische aard, inclusief planning en toezicht. Bouwwerkzaamheden die worden uitbesteed (en uitgevoerd door een onderaannemer) vallen hier ook onder. Voorbeelden van bouwwerkzaamheden zijn de bouw of het optrekken van een bouwwerk (bv. het optrekken van een gebouw, de aanleg van wegen, rioleringen, bruggen), montage- en installatiewerkzaamheden (bv. het plaatsen van pijpleidingen, het installeren/monteren van machines in een fabriek, het leggen van kabels in een gebouw), reparatie- en renovatiewerkzaamheden (bv. het schilderen van een gebouw, het vervangen van een dak, het vervangen van ramen) en graaf- en baggerwerkzaamheden.

Er is een algemene uitzondering voor activiteiten van voorbereidende of ondersteunende aard. Deze activiteiten hebben tot gevolg dat er geen vaste inrichting is, ook al is aan de voorwaarden voldaan. De beslissende factor hierbij is de vraag of de activiteiten van de vaste inrichting een substantieel en significant deel uitmaken van de activiteiten van de onderneming. Aangezien dit een feitelijke beoordeling is, kan de interpretatie van onderneming tot onderneming verschillen, afhankelijk van de aard van de hoofdactiviteiten.

Vennootschapsbelasting in België

Als de activiteiten van uw Nederlandse onderneming een vaste inrichting in België doen ontstaan, worden in overeenstemming van het dubbelbelastingverdrag tussen België en Nederland, de winsten gegenereerd door de vaste inrichting (= Belgische omzet minus Belgische kosten) onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting. Het algemene tarief van de vennootschapsbelasting is 25%. Daarnaast zijn er in België tal van stimulansen die het belastingtarief verlagen. Na afloop van het kalenderjaar moet een aangifte belasting niet inwoners – vennootschapsbelasting (BNI) worden ingediend.

"Belgische vaste inrichting"

De nationale definitie van een „vaste inrichting“ verschilt van de definitie in de dubbelbelastingverdragen. Het DBV heeft echter altijd voorrang op de nationale wetgeving, zodat het DBV bepaalt welk land bevoegd is om belastingen te heffen. Er zijn echter vaak situaties waarin er in België een vaste inrichting naar Belgisch intern recht ontstaat, terwijl er geen vaste inrichting ontstaat volgens het DBV. Aangezien het DBV voorrang heeft, mag België de inkomsten van de „Belgische vaste inrichting“ in voorkomend geval niet belasten. De Belgische wet bepaalt echter dat u in dit geval aan een aantal administratieve verplichtingen moet voldoen, zoals het indienen van een zogenaamde “nihilaangifte“ voor de belasting niet inwoners – vennootschapsbelasting.

Contact

Heeft u vragen over een vaste inrichting in België?

Vraagt u zich af of uw bedrijf een vaste inrichting heeft in België? Aarzel dan niet om contact op te nemen met onze fiscaal advocate Sofie Jacobs om u hierover te adviseren. U kan haar bereiken via e-mail op s.jacobs@euregio.law of telefonisch op +32 11 29 47 00.