Hof van Justitie staat evenredige btw-boetes toe

Thomas Hermie
Fiscaal advocaat

Moet de fiscus rekening houden met aftrekbare btw bij het opleggen van proportionele boetes? In zijn arrest (HvJ C-418/22, Cezam) oordeelde het Europees Hof van Justitie over de verenigbaarheid van de proportionele (procentuele) boetes die gewoonlijk in België worden opgelegd, met de beginselen van de toepasselijke EU-wetgeving.

Het onderwerp van het verzoek om een prejudiciële beslissing aan het Hof van Justitie was de vraag of proportionele boetes kunnen worden opgelegd voor te weinig betaalde btw zonder dat de belastingdienst rekening moet houden met de aftrekbare btw. Er werd lang uitgekeken naar deze beslissing, omdat ze verstrekkende gevolgen zou kunnen hebben voor de huidige fiscale praktijk in België.

Als experts op het gebied van internationaal belastingrecht zijn wij bij Euregio Law & Tax gespecialiseerd in dergelijke fiscale kwesties. Hieronder geven we een overzicht van het arrest van het HvJ en de praktische betekenis ervan voor de btw-praktijk in België en de hele Europese Unie.

Feiten van de zaak

In deze zaak ging het om een belastingplichtige in België die gedurende een lange periode had nagelaten regelmatig btw-aangiften in België in te dienen. Zonder rekening te houden met de aftrekbare btw, legde de Belgische overheid boetes op die overeenkwamen met het bedrag van de onbetaalde btw. Overeenkomstig de toepasselijke Belgische btw-wetgeving werden de boetes vastgesteld op 20 % van de omzet.

De belastingplichtige heeft deze boetes vervolgens aangevochten op basis van de fundamentele beginselen van het EU-recht. Opdat de aftrekbare btw binnen de relevante periode in aanmerking zou kunnen worden genomen, zouden de boetes enkel mogen worden berekend over het nettobedrag van de belasting. De verzoekende partij baseerde dit argument op de arresten Salomie en Oltean (C-183/14 van 9 juli 2023) en EN.SA (C-712/17 van 8 mei 2019), waarin het Hof met name stelde dat het heffen van boetes over aftrekbare btw in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.

Prejudiciële vraag

De bevoegde Belgische rechter heeft de zaak doorverwezen naar het Europese Hof van Justitie (hierna: “HvJ”) voor een uitspraak over de vraag of het Belgische systeem van proportionele boetes verenigbaar is met de beginselen van het EU-recht. Het belangrijkste criterium voor het HvJ was of de toepasselijke EU-regels, in samenhang met de beginselen van evenredigheid en neutraliteit, zich verzetten tegen een systeem waarin boetes worden vastgesteld op basis van het brutobedrag van de btw zonder rekening te houden met de aftrek van voorbelasting.

Beslissing van het HvJ

In zijn arrest oordeelde het HvJ dat, in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, de sancties niet verder mogen gaan dan wat nodig is om de doelstellingen van belastinginning en fraudebestrijding te bereiken.

Volgens het HvJ moet bij de beoordeling van de evenredigheid in individuele gevallen rekening worden gehouden met de aard en de ernst van de overtreding en de procedure voor de berekening van de sanctie.

In de onderhavige zaak oordeelde het HvJ dat de overtredingen waarvoor de eiser werd gestraft zowel aanhoudend als opzettelijk waren. De eiser had immers gedurende een lange periode herhaaldelijk nagelaten om de vereiste btw aan te geven of te betalen, ondanks talrijke pogingen van de Belgische administratie.

Het HvJ verwierp het argument van de eiser dat zijn zaak vergelijkbaar was met eerdere arresten van het HvJ, door te stellen dat de precieze feiten en inbreuken in deze zaak verschilden van die in eerdere arresten. Bijgevolg zouden dezelfde beginselen en regels niet van toepassing zijn.

Verder stelde het HvJ dat het beginsel van fiscale neutraliteit de aftrek van btw vereist, mits aan de materiële voorwaarden is voldaan. Dit is het geval ongeacht of al dan niet aan de formele voorwaarden is voldaan. Om het beginsel te kunnen beoordelen, ontbrak het het HvJ echter aan nadere informatie over de wijze waarop de nationale wetgeving of de sancties in dit geval de mogelijkheid van aftrek van voorbelasting beïnvloeden.

Samengevat vond het HvJ geen bewijs dat de belastingplichtige zich niet op dit recht kon beroepen en concludeerde het dat artikel 273 van Richtlijn 2006/112 en de beginselen van evenredigheid en fiscale neutraliteit zich niet verzetten tegen een dergelijke nationale wetgeving. Bijgevolg kan de niet-naleving van de verplichting om btw aan te geven en af te dragen, worden bestraft met een forfaitaire boete van 20 % van het btw-bedrag vóór aftrek van de aftrekbare btw.

Ondanks het arrest van het HvJ moet de bevoegde Belgische rechter nu bevestigen of de opgelegde boete terecht is.

Onze analyse

Bij gebrek aan harmonisatie van de EU-wetgeving met betrekking tot sanctiepraktijken, zijn de EU-lidstaten bevoegd om boetes op te leggen.

De lidstaten moeten hun bevoegdheden echter uitoefenen in overeenstemming met de EU-wetgeving. Dit beperkt de bestaande flexibiliteit van de lidstaten, maar toont ook de resterende manoeuvreerruimte van de lidstaten.

De verplichting om btw af te dragen en het recht op aftrek van voorbelasting worden over het algemeen verschillend behandeld door de belastingdiensten. Het recht op aftrek wordt beschouwd als een recht dat alleen kan worden uitgeoefend als aan de relevante voorwaarden is voldaan, terwijl de verplichting tot betaling wordt beschouwd als een plicht. Op basis van het CEZAM-arrest dat nu is gepubliceerd, kan worden gesteld dat er passende sancties kunnen worden opgelegd als de btw onvoldoende wordt betaald zonder rekening te houden met de aftrekbare btw.

Er moet altijd rekening worden gehouden met het feit dat het HvJ in zijn arrest heeft bevestigd dat de boetes niet hoger mogen zijn dan wat nodig is om de correcte inning van de btw te garanderen, rekening houdend met het evenredigheidsbeginsel. Bij de berekening van de boete moet rekening worden gehouden met de ernst van de overtreding.

De vraag rijst nu of de gebruikelijke oplegging van een boete van 20% in België gerechtvaardigd is, vooral als er geen risico is op verlies van btw-inkomsten (zoals in het geval van de verlegging).

Deze zaak toont eens te meer aan dat de sancties voor niet-naleving van de btw-regels streng kunnen zijn, vooral wanneer ze worden uitgedrukt als een percentage van de omzet. Elke omzet van een bedrijf, of het nu gaat om aankoop of verkoop, brengt een potentieel btw-risico met zich mee. Met proportionele boetes (d.w.z. boetes berekend als een percentage van de omzet of de btw-schuld) kunnen de bedragen snel oplopen en een aanzienlijke economische impact hebben op het bedrijf.

Contact

Heeft u vragen?

Heeft u vragen over btw in België? Neem gerust contact op met onze fiscaal advocaat Thomas Hermie. Per e-mail naar t.hermie@euregio.law of telefonisch op +32 11 29 47 00.