Overzicht van de hervorming van het Belgische vennootschapsrecht

Evelyne Ruland - Eusebio Law & Tax
Evelyne Ruland
Advocaat

Tot 2020 was het Belgische vennootschapsrecht sterk verouderd en dus aan hervorming toe. De hervormingen waren erop gericht het Belgische ondernemersklimaat aantrekkelijker te maken en België zo in staat te stellen te concurreren met andere EU-lidstaten. De focus lag op het vereenvoudigen van het vennootschapsrecht. Hieronder worden de belangrijkste hervormingen kort toegelicht.

1. Afschaffing onderscheid handels- en burgerlijke vennootschappen

Door de hervorming van het ondernemingsrecht werd een eenvormig ondernemingsbegrip ingevoerd. Er wordt bijgevolg geen onderscheid meer gemaakt op basis van het achterhaalde criterium ‚het stellen van daden van koophandel‘. Vrije beroepers, landbouwers en vzw’s zullen dan ook als ondernemingen worden beschouwd én behandeld, waardoor zij o.a. binnen het toepassingsgebied van het faillissementsrecht en de WCO-regels zullen vallen.

 Als gevolg hiervan werd ook de Rechtbank van Koophandel omgedoopt tot de “Ondernemingsrechtbank”.

2. Minder vennootschapsvormen met de BV als standaardvennootschap in België

In het kader van de hervorming van het Belgische vennootschapsrecht werd het aantal vennootschapsvormen beperkt tot vier hoofdvormen:

  • De maatschap
  • De besloten vennootschap (BV)
  • De coöperatieve vennootschap (CV)
  • De naamloze vennootschap (NV)


Ook de Europese vennootschapsvormen blijven intact.

De BV vormt de essentie van de hervorming. De hervorming beoogt met deze BV een internationaal aantrekkelijke vennootschapsvorm te creëren. De BV wordt dan ook de standaardvennootschap, die gekenmerkt wordt door grote flexibiliteit. De hervorming voorziet namelijk in een uitgebreid aanvullend recht, waardoor u ervoor kan opteren om hiervan af te wijken en een onderneming op maat kan oprichten. 

De NV blijft wel de verplichte rechtsvorm voor beursgenoteerde vennootschappen.

3. Oprichting van een Belgische BV: vereiste van toereikend aanvangsvermogen

Er is geen minimumkapitaalvereiste meer voor de oprichting van een Belgische BV (of coöperatieve vennootschap). In plaats daarvan werden alternatieve methoden geïntroduceerd om schuldeisers te beschermen:

  • De oprichters moeten voorzien in een toereikend aanvangsvermogen voor de activiteit die de vennootschap wenst uit te bouwen
  • Het financieel plan moet gedetailleerder worden uitgewerkt
  • Uitkeringen worden verbonden aan een balans- en liquiditeitstest
  • Er wordt voorzien in een strengere bestuurdersaansprakelijkheid

4. Overstap naar incorporatieleer

België ruilt de werkelijke zetelleer (voornaamste inrichting) in voor de incorporatieleer (oprichting). Bijgevolg is een onderneming onderworpen aan het vennootschapsrecht van het land waar de onderneming werd opgericht. Dit heeft tot gevolg dat buitenlandse ondernemingen een Belgische rechtsvorm kunnen aannemen en dat Belgische ondernemingen hun buitenlandse rechtsvorm kunnen behouden.

Daarnaast wordt ook voorzien in een procedure voor grensoverschrijdende zetelverplaatsing.

Contact

Heeft u vragen?

Heeft u vragen over het ondernemingsrecht in België? Neem gerust contact op met Evelyne Ruland, per e-mail naar e.ruland@euregio.law of telefonisch op +32 11 29 47 00. Zij helpt u graag verder.