Ondernemen in België vanuit het buitenland: kiezen voor een dochtervennootschap of een bijkantoor?

Evelyne Ruland - Eusebio Law & Tax

Evelyne Ruland
Advocaat

Indien u als ondernemer uw activiteiten internationaal wenst uit te breiden, zou België wel eens een interessante optie kunnen zijn. Wanneer u beslist om de activiteiten van uw onderneming uit te breiden naar België, stelt zich natuurlijk de vraag op welke manier u deze activiteiten het best kan ontplooien. Vaak zal een onderneming een bijkantoor openen of een dochtervennootschap oprichten, maar welk van deze twee opties past het best bij uw onderneming? Dit hangt van verschillende factoren af.

In deze bijdrage zal een vergelijking worden gemaakt tussen de vennootschapsrechtelijke aspecten met betrekking tot een dochtervennootschap enerzijds, en een bijkantoor anderzijds.

1. Rechtspersoonlijkheid

Het eerste en wellicht meest belangrijke verschil tussen een dochtervennootschap en een bijkantoor bestaat erin dat een dochtervennootschap een aparte rechtspersoon is, die juridisch te onderscheiden is van de moedervennootschap. Een bijkantoor daarentegen is geen aparte rechtspersoon en vormt een geheel met de buitenlandse vennootschap. Het bijkantoor is dus een soort verlengstuk van de moedervennootschap, die aansprakelijk blijft voor de schulden van het bijkantoor.

Het feit dat een dochtervennootschap een aparte rechtspersoonlijkheid bezit, heeft (behoudens uitzonderingen) tot gevolg dat de moedervennootschap slechts beperkt aansprakelijk is voor de dochtervennootschap. De moedervennootschap riskeert hierdoor enkel haar inbreng te verliezen.

Indien u opteert voor een bijkantoor, zal de buitenlandse vennootschap echter de volledige aansprakelijkheid dragen voor de activiteiten van dit bijkantoor aangezien deze één en dezelfde juridische entiteit vormt samen met de buitenlandse vennootschap. Daarnaast kan het ontbreken van een aparte rechtspersoonlijkheid soms een belemmering vormen voor het opbouwen van vertrouwen bij klanten.

2. Oprichtingsformaliteiten

2.1 Dochtervennootschap

Voor de oprichting van een dochtervennootschap zijn een notariële oprichtingsakte, een financieel plan (bewijs dat de inbreng voldoende is om de activiteit gedurende twee jaar uit te oefenen), een bankattest (bewijs van volstorting van de inbreng) en de publicatie van de oprichting in het Belgisch Staatsblad vereist.

De meest gebruikte Belgische vennootschapsvorm is de besloten vennootschap (BV) die gekenmerkt wordt door de afwezigheid van wettelijk kapitaal en een ongeziene flexibiliteit. Voor grote ondernemingen met een uitgebreid aantal aandeelhouders en voor beursgenoteerde ondernemingen is de naamloze vennootschap (NV) de standaard.

2.2 Bijkantoor

Voor de oprichting van een bijkantoor wordt geen tussenkomst van een Belgische notaris vereist. U zal echter wel een aanzienlijk aantal documenten moeten indienen, hetgeen veel tijd in beslag neemt aangezien een aantal documenten moeten worden gelegaliseerd, apostilles moeten worden verkregen, etc. De formaliteiten vereist voor het openen van een bijkantoor blijken in de praktijk zwaarder door te wegen dan de formaliteiten voor de oprichting van een dochtervennootschap.

Daarenboven zal een bijkantoor ook de jaarrekening van de buitenlandse vennootschap dienen neer te leggen en zal het bijkantoor jaarlijks bepaalde financiële informatie met betrekking tot de buitenlandse vennootschap moeten rapporteren. Voor de buitenlandse onderneming is het mogelijk wenselijker om deze informatie vertrouwelijk te houden.

3. Aanvangsvermogen

Wanneer u een dochtervennootschap wenst op te richten in de vorm van een BV, dient deze over een ‘toereikend aanvangsvermogen’ te beschikken om minstens de financieringsnoden te dekken gedurende de eerste twee werkingsjaren. Dit aanvangsvermogen dient verantwoord te worden in het financieel plan en is van groot belang voor eventuele oprichtersaansprakelijkheid. De NV daarentegen dient nog steeds over een wettelijk minimumkapitaal van 61.500 EUR te beschikken.

Een bijkantoor heeft als voordeel dat geen eigen kapitaal vereist is aangezien deze nog steeds deel uitmaakt van de buitenlandse vennootschap.

4. Belastingen

Vanuit fiscaal oogpunt zijn er eigenlijk geen grote verschillen tussen een dochtervennootschap en een bijkantoor. De dochtervennootschap is over haar winst onderworpen aan Belgische vennootschapsbelasting. Fiscaal gezien wordt het bijkantoor in principe aangemerkt als een vaste inrichting en is dus ook onderworpen aan inkomstenbelasting in België.

5. Bestuur

Het bestuur van de dochtervennootschap zal waargenomen worden door één of meerdere bestuurders. Wat betreft het bestuur van een bijkantoor dient geen raad van bestuur te worden opgericht, maar wordt enkel vereist dat de buitenlandse onderneming een wettelijke vertegenwoordiger aanduidt.

De buitenlandse vennootschap zal bijgevolg meer directe controle kunnen uitoefenen over een bijkantoor dan over een dochtervennootschap (die in theorie zelfstandig wordt bestuurd).

6. Vereffening

Wanneer u uw Belgische activiteiten zou willen stopzetten, zal u voor de vereffening van een dochtervennootschap de wettelijke procedure tot vereffening moeten naleven. De stopzetting van uw bijkantoor kan daarentegen veel eenvoudiger, namelijk door een eenvoudige beslissing van de buitenlandse onderneming.

Conclusie

Als u van plan bent om langdurig in België actief te zijn, richt u best een dochtervennootschap op. Het oprichten van een dochtervennootschap kan in veel opzichten de moeite waard zijn. Bovenaan de lijst met voordelen staat de mogelijkheid om de aansprakelijkheid tussen de dochtervennootschap en de moedervennootschap te scheiden, waardoor het bedrijfsrisico wordt beperkt. De aansprakelijkheid van de aandeelhouders bij een dochtervennootschap is in principe immers beperkt tot hun inbreng. Bovendien vergemakkelijkt de eigen kapitaalstructuur van het bedrijf de toegang tot externe middelen en creëert het vertrouwen onder klanten en zakenpartners. Daarnaast kunt u gebruik maken van een zeer flexibele vennootschapsvorm – de BV – waarbij geen minimumkapitaal meer vereist is, maar enkel nog een ‘toereikend aanvangsvermogen’.

Wilt u echter slechts tijdelijk in België actief zijn, dan kan een bijkantoor een oplossing zijn. De buitenlandse onderneming moet voor deze vestiging geen apart kapitaal aantrekken en kan meer zeggenschap uitoefenen over het management. U kunt deze activiteit later ook heel eenvoudig weer stopzetten.

Wilt u echter slechts tijdelijk in België actief zijn, dan kan een bijkantoor een oplossing zijn. De buitenlandse onderneming moet voor deze vestiging geen apart kapitaal aantrekken en kan meer zeggenschap uitoefenen over het management. U kunt deze activiteit later ook heel eenvoudig weer stopzetten.

Contact

Heeft u vragen?

Heeft u vragen over de oprichting van een vennootschap of bijkantoor in België? Neem gerust contact op met Evelyne Ruland, per e-mail naar e.ruland@euregio.law of telefonisch op +32 11 29 47 00. Zij helpt u graag verder.