Waar staan de EU en België met de modernisering van de btw en e-facturatie?

Thomas Hermie
Fiscaal advocaat

Volgens cijfers van de Europese Commissie heeft de EU in 2023 ongeveer 61 miljard euro btw-inkomsten verloren, waarvan bijna 2,5 miljard euro in België. Een van de belangrijkste oorzaken van deze ‘btw-kloof’ is de verouderde btw-regelgeving. Om dit probleem aan te pakken, heeft de Europese Commissie het VAT in the Digital Age” (BTW in het digitale tijdperk) opgezet, kortweg ‘ViDA’.

Het doel van dit project is het moderniseren en digitaliseren (o.a. real-time rapportering en elektronische facturering) van het huidige factureringsproces, teneinde dit aan te passen aan de huidige digitale economie en het verlies van btw-inkomsten tegen te gaan. Met het oog op deze uitdagingen heeft het ViDA-project zich drie grote doelen gesteld, met de intentie deze gefaseerd tot 2035 om te zetten.

1. Elektronische facturering en digitale rapporteringsverplichtingen (DRR)

Deze doelstelling is gericht op de Europawijde implementatie van elektronische facturering en de implementatie van elektronische real-time rapportering/aangiftesystemen, om de automatische uitwisseling van gegevens tussen EU-landen te vergemakkelijken. Dit zal de transparantie bevorderen en de btw-fraude verminderen.

De implementatie van deze doelstelling is als volgt in de tijd gespreid:


Vanaf 2025:
  • Lidstaten mogen elektronische factureringsverplichtingen opleggen voor nationaal-lokale handelingen, zonder voorafgaande toestemming van de Europese Commissie, op voorwaarde dat deze maatregelen beperkt blijven tot belastingplichtigen die op hun grondgebied gevestigd zijn (meer hierover hieronder).

Vanaf 2026 specifiek voor België: De verplichte gestructureerde elektronische facturering – volgens het op 14 juli 2025 gepubliceerde Koninklijk Besluit:
  • Verplicht voor B2B-transacties

Vanaf 1 januari 2026 moeten alle in België gevestigde btw-plichtigen gestructureerde elektronische facturen uitreiken en ontvangen voor hun (niet-vrijgestelde) B2B-transacties. Vaste inrichtingen van buitenlandse btw-plichtigen vallen hier dus uiteraard wel onder, maar buitenlandse btw-plichtigen zonder vaste inrichting niet.

  • Peppol BIS als opgelegd formaat

Alle gestructureerde elektronische facturen moeten via het Peppol-netwerk verstuurd worden, dat voldoet aan de Europese norm EN 16931. Met wederzijdse instemming mag men echter ook een ander gestructureerd elektronisch formaat gebruiken, indien dit voldoet aan de Europese norm. Men moet dus tegen 2026 technisch in staat zijn om Peppol BIS-e-facturen via het Peppol-netwerk te verzenden en te ontvangen. Het Pdf-formaat voldoet niet meer. De FOD Financiën zal een lijst van erkende software publiceren, die aan deze vereiste voldoet.

  • Nieuwe boetes

Naast de huidige boetes voor niet (tijdige/correcte) naleving van de factureringsvereisten worden nieuwe boetes ingevoerd voor het niet voldoen aan de verplichting om technisch in staat te zijn Peppol BIS e-facturen via het Peppol-netwerk te verzenden en te ontvangen. Bij een eerste overtreding wordt een boete van 1.500 euro opgelegd, bij een tweede 3.000 euro, en bij een derde 5.000 euro.

  • Vermoedelijk vanaf 2028 (beperkte) digitale rapportering in België

Vanaf 1 januari 2028 voert België de bijna real-time e-reporting in voor binnenlandse transacties, teneinde de jaarlijkse klantenlisting vervangen.

  • Afrondingsregels

Met ingang van 1 januari 2026 is afronding alleen nog toegestaan op het totaalbedrag per btw-tarief, en niet langer op regelniveau.


Vanaf juli 2030:
  • Elektronische facturering (volgens Europese standaard EN 1693) wordt verplicht voor grensoverschrijdende B2B-transacties binnen de EU;
  • De intracommunautaire opgaves worden vervangen door een Europees centraal real-time rapporteringsplatform. Real-time rapportering wordt een voorwaarde voor de toepassing van de btw-vrijstelling voor intracommunautaire leveringen en verwervers moeten binnen de 5 dagen de verwerving rapporteren;
  • Nationale e-factureringssystemen (behalve de systemen die vóór 2024 werden opgericht) moeten voldoen aan de Europese standaard;
  • Facturen moeten sneller worden uitgereikt, zijnde binnen de 10 na het belastbaar feit. Zij moeten ook bijkomende vermeldingen bevatten, zoals bankgegevens.

Vanaf januari 2035:
  • Nationale e-factureringssystemen die vóór 2024 werden ingevoerd, moeten ook voldoen aan de Europese standaard.

Problematisch blijft wel dat zeker tot 2035 de lidstaten eigen btw-rapporteringsprocedures blijven hanteren, en elke lidstaat zijn eigen DRR-systeem kan ontwikkelen. Er zal dus geen gestandaardiseerd EU-systeem bestaan.

2. Minder lokale btw-registraties door uitbreiding van de One-Stop Shop (OSS)

Hoewel er al vandaag een “éénloketsysteem” (I)OSS bestaat zal dit stapsgewijs worden uitgebreid:

Vanaf juli 2028
  • Zou men dit kunnen gebruiken voor alle B2C verkopen (zowel goederen als diensten) binnen de EU (indien men niet over een lokale btw-registratie beschikt);
  • Zou men alle intracommunautaire overbrengingen van goederen via deze OSS kunnen melden;

en geldt er een verplichte binnenlandse verleggingsregeling voor B2B-leveringen door niet-gevestigde leveranciers, zoals we deze reeds in België kennen. Deze moet men in principe niet via de uitgebreide OSS rapporteren, maar via een nog te ontwikkelen DRR-systeem.

Problematisch is wel, dat men via de uitgebreide OSS nog steeds geen btw-teruggaaf kan vragen.

3. De platformeconomie

Vanaf januari 2030 (optioneel reeds juli 2028)

Geldt het “veronderstelde leveranciers” principe in geval van kortetermijnverhuur: Digitale platforms die personenvervoer en kortetermijnverhuur ‘faciliteren’ zullen verantwoordelijk zijn voor het innen en afdragen van btw namens leveranciers die dat zelf niet doen.

Contact

Heeft u vragen?

Heeft u vragen over e-facturatie of btw in België? Neem gerust contact op met onze fiscaal advocaat Thomas Hermie. Per e-mail naar t.hermie@euregio.law of telefonisch op +32 11 29 47 00.