-
Uw contactpersoon voor dit onderwerp:
Advocaat
-
Contact
- +32 11 29 47 01
- e.ruland@euregio.law
-
Meer publicaties over dit onderwerp:
- Ondernemen in België vanuit het buitenland: kiezen voor een dochtervennootschap of een bijkantoor?
- Het oprichten van een Belgische dochtervennootschap stap voor stap uitgelegd
- Overzicht van de hervorming van het Belgische vennootschapsrecht
-
Meer over dit onderwerp:
- Oprichting
- Ondernemingsrecht
Hoewel de rechtsvormen van vennootschappen in België en Nederland op elkaar lijken, zijn er een aantal verschillen. In dit artikel geven wij u een vergelijkend overzicht van de meest gebruikte rechtsvormen, namelijk de Belgische en de Nederlandse BV.
1. Oprichting
1.1 De Belgische BV
De Belgische BV zal bij oprichting moeten beschikken over een ‚toereikend aanvangsvermogen‘ voor de geplande activiteit. Oprichters van een BV zullen geval per geval moeten beoordelen hoeveel vermogen vereist is om de geplande activiteit gedurende minstens twee jaren te voeren.
De oprichters dienen de samenstelling en het toereikend karakter van dit aanvangsvermogen te verantwoorden in een financieel plan. Hierin dienen een aantal wettelijk verplichte vermeldingen te worden opgenomen. Aangezien geen wettelijk minimumkapitaal meer is vereist, zal dit financieel plan een belangrijke rol spelen bij de beoordeling van eventuele oprichtersaansprakelijkheid. Het verplichte financieel plan is uniek in België en bestaat niet in Nederland.
Nadat de notaris het financieel plan en het bankattest heeft ontvangen, kan de BV worden opgericht bij notariële akte. In deze notariële akte worden ook de statuten vastgelegd. Vervolgens zorgt de notaris voor de neerlegging van de oprichtingsakte bij de Ondernemingsrechtbank en voor de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad.
1.2 De Nederlandse BV
Het Nederlands recht kent ook geen wettelijk minimumkapitaal voor de oprichting van een BV. In tegenstelling tot België dient men voor de oprichting van een Nederlandse BV bovendien geen financieel plan op te stellen. Laat u hierdoor echter niet misleiden: u dient namelijk in het achterhoofd te houden dat u als bestuurder persoonlijk aansprakelijk gesteld kan worden indien u zich schuldig maakt aan onbehoorlijk bestuur. Hoewel wettelijk gezien geen voorwaarden worden gesteld met betrekking tot het startkapitaal, is het dus aangewezen om de BV te voorzien van voldoende middelen voor de uitoefening van haar activiteit.
Ook in Nederland dient u te passeren langs de notaris voor het opstellen van de oprichtingsakte met de statuten van de BV. Vervolgens zal de notaris de BV inschrijven bij de Kamer van Koophandel. In tegenstelling tot België, passeert u dus niet langs de rechtbank voor de oprichting van de BV.
2. Aandelen
2.1 De Belgische BV
Bij een BV moet één aandeelhouder minimaal één stem hebben. De Belgische wetgeving voorziet niet in nadere bepalingen omtrent de aandelen van de BV. In principe kunnen eender welk soort aandelen uitgegeven worden: aandelen met of zonder stemrecht, aandelen met dubbel stemrecht, aandelen met bevoorrechte winstrechten, etc.
Voor de overdracht van aandelen is een meerderheid van driekwart van de stemmen van de aandeelhouders vereist. Op dit punt verschilt het Belgische vennootschapsrecht aanzienlijk van het Duitse recht. De aandeelhouders kunnen in de statuten van de vennootschap afwijken van deze wettelijke bepaling door in de statuten zowel soepelere als strengere overdrachtsregels vast te leggen.
2.2 De Nederlandse BV
Voor de BV is, zoals in België, één aandeelhouder met stemrecht voldoende. Eens aan deze voorwaarde is voldaan, kan de BV verschillende soorten aandelen uitgeven.
In tegenstelling tot het uitgangspunt in België, geldt in Nederland als basisregel dat de aandelen van een BV vrij overdraagbaar zijn. Indien gewenst, kunnen de oprichters deze vrije overdraagbaarheid echter uitsluiten of beperken in de statuten door bv. een blokkeringsregeling te voorzien waardoor de aandelen eerst moeten worden aangeboden aan de andere aandeelhouders.
3. Bestuur
3.1 De Belgische BV
Het bestuur van de BV wordt waargenomen door minstens één bestuurder. Deze bestuurder kan zowel een natuurlijke persoon, als een rechtspersoon zijn.
3.2 De Nederlandse BV
Eén bestuurder is voldoende voor de oprichting van een BV. Deze bestuurder kan zowel een natuurlijke persoon zijn, als een rechtspersoon. Dit is dus soortgelijk als in België.
4. Dividenduitkering
4.1 De Belgische BV
Indien de BV wil overgaan tot een dividenduitkering, zullen voortaan twee uitkeringstests moeten worden doorlopen voordat de aandeelhouders deze uitkering zullen ontvangen.
De eerste test is de balanstest, die vereist dat het beschikbaar eigen vermogen van de BV niet negatief is of wordt door de uitkering. De tweede test is de liquiditeitstest, die vereist dat een uitkering slechts kan geschieden indien het bestuursorgaan heeft vastgesteld dat de BV na de uitkering in staat zal blijven haar korte termijn schulden te voldoen.
4.2 De Nederlandse BV
Wenst een Nederlandse BV over te gaan tot een dividenduitkering, dan zal men eveneens een balanstest en een uitkeringstest moeten naleven. De balanstest naar Nederlands recht verschilt echter met deze in België aangezien de Nederlandse balanstest enkel vereist dat het eigen vermogen groter moet zijn dan de onbeschikbare reserves. Dit heeft tot gevolg dat het eigen vermogen van de BV, als gevolg van een dividenduitkering, negatief kan worden (hetgeen niet mag in België). De uitkeringstoets daarentegen is wel vergelijkbaar met de Belgische liquiditeitstest en vereist dat de vennootschap na uitkering nog steeds haar opeisbare schulden moet kunnen blijven betalen.
Conclusie
Wanneer u over de grens wilt uitbreiden, is het belangrijk om de verschillen tussen rechtsvormen te kennen. Hoewel de verschillen doorgaans klein zijn, kan het negeren van deze verschillen ernstige gevolgen hebben voor aandeelhouders.
Heeft u vragen?
Heeft u vragen over de oprichting van een BV in België? Neem gerust contact op met Evelyne Ruland, per e-mail naar e.ruland@euregio.law of telefonisch op +32 11 29 47 00. Zij helpt u graag verder.